
Een keurig pand, werkelijk een keurig pand, vond Anne
Bosma. Ze knikte tevreden terwijl ze de gevel van hun nieuwe praktijk
van onder tot boven nog eens goed in zich opnam. Ze glimlachte bij de
gedachte dat Tiny Bongers serieus onder het huurcontract uit had willen
komen louter om reden dat er een snackbar naast hun praktijk zou komen.
'Anne, hou je vast! We komen naast een frietboer te zitten.' Ze had
haar zakelijk partner tegen middernacht opgebeld. 'Dit kan echt niet
hoor. Een praktijk naast een snackbar! Om je dood te schamen toch?.'
Tiny wilde het hoog spelen.
Dienstverlening en kleinschalige detailhandel waren de enige activiteiten
die volgens het bestemmingsplan aan de buitenzijde van het nieuwe winkelcentrum
waren toegestaan. De makelaar kon hen niks maken wanneer ze de overeenkomst
zouden ontbinden.' Anne had van haar opwinding niets begrepen en was
furieus. 'En dan? Weer op zoek geschikte huisvesting terwijl ze nergens
mooier en zeker niet goedkoper terecht zouden kunnen? Weer bij de verschillende
instanties het hele vergunningencircus afwerken en weer de boel rechtzetten
bij de Maatschappij. Mooi niet! Desnoods zet ik die praktijk in mijn
eentje op. Hoor je me Tiny? Desnoods ga ik alleen verder,' had ze verbolgen
door de telefoon geantwoord en ze had het gemeend. De volgende ochtend
belde Tiny al vroeg op. Of ze nog steeds met Anne mee mocht doen. 'Natuurlijk,
wat dacht jij nou!' had ze geantwoord.
Anne gooide haar portier dicht en probeerde zich voor te stellen hoe
de gevel van de buren eruit zou komen te zien. Ze zag de levensgrote
stickers van zuiveldrank en cola op de ramen, ze hoorde al het gezoef
van de reclameborden die op de stoep in de wind draaiden en zag de scooters
van de plaatselijke jeugd voor hun raam geparkeerd staan. Patatbakjes
en verpakking van ijsjes waaiden over straat. Gut ja, dat krijgen we
ook mompelde ze. Ach, wat zou het. Ze moest uitkijken niet zo tuttig
te worden als Tiny. Uit de kofferbak haalde ze een zware emmer latex.
De wachtkamer opknappen kunnen we zelf wel had ze tegen de schilders
gezegd die voortdurend mopperden tegen de timmerlieden omdat ze niet
met hun werk door konden. Als de kamers maar alvast klaar zijn. Ze had
de deur nog niet geopend of Tiny arriveerde toeterend. "Goedemorgen
partner. Kijk eens wat ik heb?" Ze hield iets omhoog maar Anne kon niet
zien wat het was.
"Wat is het?"
"Wat denk je?" Tiny straalde. Ze trok het papier weg en een groot kunststof
naambord kwam te voorschijn. A. M. Bosma en C. T. Bongers, tandartsen.
"Oh meid, wat leuk," reageerde Anne dolenthousiast. "Heb je dat laten
maken. Wat goed zeg! Ik heb er niet eens bij nagedacht dat we dat ook
moesten hebben. Waauhh wat echt!"
"Cadeautje van mijn vader. Hij komt het vanmiddag trouwens een kijkje
nemen. Met een beetje geluk hebben we het schilderwerk dan al achter
de rug."
"Is onze wachtkamer zo klein, of zijn wij zo snel," vroeg
Anne toen ze de half schoongemaakte kwasten in de lege latex-emmer gooide.
"Wij zijn zo snel natuurlijk en daarom gaan we het hier maken."
"Ik zou willen dat die snackbar al open was," plaagde Anne. "Ik heb
wel trek." Ze veegde met de rug van haar hand over haar met verf besmeurde
voorhoofd.
"Wie van ons rent naar de bakker. Iemand moet hier blijven?" Zittend
op de grond met haar rug tegen de muur keek ze naar Anne. Tiny maakte
niet de indruk dat ze op wilde staan.
"Jij, dunkt me," zei Anne. "Ik zit van onder tot boven onder de verf."
"Nee, mijn vader kan elk moment komen. Ik blijf wel."
Protesterend trok Anne haar oude schort uit. "Okay, is tenminste ook
meteen duidelijk hoe de verhoudingen hier liggen."
"Zie je wel, wij kunnen wel samenwerken," grapte Tiny. "Zet ik alvast
koffie." Kreunend van de spierpijn stond ze op.
Terugkerend van de bakker liep Anne om een grote vrachtwagen heen die
pal voor de praktijk met de achterkant op de stoep geparkeerd stond.
Een broodmagere chauffeur opende de laadklep en wilde in de laadruimte
klimmen maar bedacht zich toen hij Anne naar binnen zag gaan.
"Goedemiddag, mevrouw. Er is dus toch iemand. Ik vreesde het ergste
toen in aanbelde en er niemand opendeed."
Anne las de belettering op de wagen. Goemans Transport Nieuwegein. In
een flits schoten allerlei gedachten door haar heen. De stoel, vandaag
dan toch? Ze twijfelde al zo na het laatste gesprek met de vertegenwoordiger
van de groothandel. Had ze het dus toch verkeerd begrepen. Wat een geluk
dat ze er toevallig waren. "Misschien dat de bel het niet doet. We zijn
nog bezig namelijk." De chauffeur sprong behendig op de hoge laadklep.
"U treft het dat we er zijn, meneer. Ik had u pas morgen verwacht. Dat
was volgens mij ook de afspraak."
"Nee morgen komt de monteur," zei de chauffeur en haalde de steekwagen
los van de zijkant. "Levering op donderdag de zestiende. Kijkt u maar,
het staat duidelijk op mijn vrachtbrief." Uit zijn achterzak trok hij
een slordig opgevouwen uitdraai van de computer.
"Nee hoor, het is wel goed. Ik geloof u wel. Ik zal ruimte maken." Ze
draaide zich meteen om en ging naar binnen.
"Ha.. lekkere broodjes," verwelkomde Tiny haar. "Geen tijd voor broodjes.
Onze stoel is er al. Er staat een joekel van een vrachtwagen op de stoep."
"Vandaag?!? Hij zou toch morgen komen?"
"Nee dus. Morgen komt er een monteur, maar de stoel is er nu al. Vlug,
die dozen moeten hier weg." Haastig maakten de tandartsen ruimte in
de hal. Buiten hoorden ze de laadklep naar beneden gaan. "Een momentje
nog, meneer," riep Anne door de openstaande deur. "We moeten hier nog
het een en ander verplaatsen." Razendsnel werden dozen naar achteren
gebracht. "Voorzichtig asjeblieft Tiny. Dat zijn de dozen van de computers."
Tiny keek beledigd. "Denk je dat ik gek ben. Help liever." Paniek maakte
zich van de tandartsen meester.
"Doe maar rustig aan dames. Dit krijg ik van zijn leven niet naar binnen."
De chauffeur leunde met zijn magere armen op een kist van minstens drie
meter lang en ruim een meter breed. Het was een wonder dat hij hem in
zijn eentje bij de deur had weten te krijgen. Tiny en Anne liepen naar
de deuropening. "Wat een kist! Wat een belachelijke manier om zo'n ding
te verpakken!"
De chauffeur klikte met zijn tong. "Tja, het is kostbaar spul. De fabriek
wil hem onbeschadigd afleveren." Hij liep nog eens om de kist en floot
nadenkend tussen zijn tanden. "Ik zou niet weten hoe ik dit hier fatsoenlijk
naar binnen moest krijgen." Hij krabde in zijn nek.
Tiny en Anne keken elkaar hulpeloos aan. "Misschien...," zei Tiny aarzelend,
"het is maar een idee. Maar als we die kist nu eens open maakten. We
hebben hier wat gereedschap liggen." De chauffeur schudde zijn hoofd.
"Zou ik niet doen, mevrouw. U weet hoe fabrikanten zijn als je niet
volgens de voorschriften werkt. Nee, als u verstandig bent laat u het
over aan de monteurs. Die weten precies hoe zo'n kist open moet zonder
de inhoud te beschadigen."
Anne was het met hem eens maar kon geen ander plan bedenken.
"Die deur! Natuurlijk. Die deur moet er gewoon uit kunnen. Als die deur
eruit is, lukt het wel." De chauffeur keek de tandartsen vragend aan.
Ze schenen opgelucht. "Kunt u die deur eruit krijgen? De aannemer zal
heus niet meteen een mannetje sturen als wij hem nu bellen."
Fluitend tussen zijn tanden bestudeerde de chauffeur de aluminium scharnieren
van de glazen deur. Hij calculeerde het risico. "Ik durf het wel aan,"
zei hij tenslotte. "Maar er is één probleem. Dat kreng is loodzwaar.
Als ik hem eruit til, hou ik hem niet in mijn eentje recht. Misschien
met een van u erbij, maar helemaal zonder risico is het niet." Hij draaide
zijn hoofd langzaam naar de tandartsen en wachtte op hun beslissing.
Tiny hakte de knoop door. "Vooruit dan maar."
Zelf bleef Tiny op veilige afstand toen de pezige chauffeur, nadat hij
eerst de scharnieren had losgeschroefd, kreunend de loodzware deur optilde.
"Hou hem recht, hou hem recht." riep hij hijgend tegen Anne. "U hoeft
alleen te sturen, ik til hem wel." Voetje voor voetje schoven Anne en
de chauffeur met de deur rechtop tussen hen in naar binnen. "Hierheen,
deze kant op," moedigde Tiny hen aan. "Goed zo. Het gaat mooi. Jaahh...Nog
een klein stukje. Prima werk."
"Poehh. Dat is gelukt." De chauffeur masseerde zijn biceps. "Straks
wordt het nog erger als hij er weer in moet. Afijn, zover zijn we nog
niet. Nu deze jongen naar binnen."
Met zijn steekwagen wipte de chauffeur behendig de kist omhoog en duwde
er een plank met vier zwenkwieltjes onder. Hij had het gevaarte met
gemak in zijn eentje naar binnen kunnen duwen maar Anne trok en stuurde
wat bij. De kist had geen centimeter breder moeten zijn. "Goed zo jongens,"
riep Tiny. "Die is binnen. Eerst koffie. Hebben we hier drie kopjes
Anne?"
"Vier kopjes." riep een heer in de deuropening."
"Papa.." reageerde Tiny enthousiast. Ze zoende hem half hangend over
de kist. "Mijn bord hangt er nog niet," zei Tiny's vader quasi teleurgesteld."Ik
had verwacht dat jullie het bord meteen zouden ophangen." Hij draaide
zich naar Anne en drukte haar de hand. "Hoe vind je het bord?"
"Heel leuk, meneer Bongers. Erg vriendelijk van u." Ze strekte zich
om het bord te pakken dat ze zolang boven op het keukenkastje had gelegd.
"We hoopten eigenlijk dat u zo lief zou willen zijn om het op de gevel
te schroeven. We hebben hier gereedschap." Ze wikkelde het papier eraf
om het geschenk nog eens goed te bekijken. "Echt heel schattig," zei
ze en legde het bord op de kist. De chauffeur fronste zijn wenkbrauwen.
"Hè?! Tandartsen! Zijn jullie tandartsen?" Geschrokken keek hij in de
trotse blik van de vrouwen. Langzaam gleed de glimlach van hun gezichten."
"Nee hè?" stotterde Anne.
De chauffeur bukte zich over de grote kist. Twee schonkige schouderbladen
prikten door zijn T-shirt toen hij zijn gezicht in zijn handen begroef.
De vrouwen konden geen woord uitbrengen.
"Tandartsen..," stamelde hij en keek smekend naar de vrouwen. Hij hoopte
dat het een droom was. "Geen snackbar?" De vloer leek onder hem weg
te glijden toen de vrouwen traag hun hoofd schudden. "En jullie hebben
toevallig ook geen frituur nodig?"
Terug